| jaar | auto- bestuurder | auto- passagier | trein | bus/tram/metro | brom- /snorfiets | fiets | lopen | overige | totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2005 | 0,46 | 0,24 | 0,00 | 0,03 | 0,01 | 0,81 | 0,53 | 0,01 | 2,10 |
| 2006 | 0,46 | 0,27 | 0,00 | 0,03 | 0,02 | 0,80 | 0,62 | 0,03 | 2,24 |
| 2007 | 0,45 | 0,23 | 0,00 | 0,03 | 0,01 | 0,78 | 0,52 | 0,02 | 2,04 |
| 2008 | 0,47 | 0,27 | 0,00 | 0,03 | 0,02 | 0,71 | 0,56 | 0,03 | 2,09 |
| 2009 | 0,47 | 0,23 | 0,00 | 0,03 | 0,01 | 0,80 | 0,51 | 0,02 | 2,08 |
In de provincie Utrecht is het gemiddelde aantal verplaatsingen per persoon per dag in de categorie tot 7,5 km vorig jaar licht gedaald (0,01). Binnen deze verplaatsingen wordt de fiets het vaakst gebruikt, gevolgd door lopen en het gebruik van de auto als autobestuurder. Opvallend is de relatief sterke stijging van het aantal verplaatsingen per fiets (0,09) ten koste van lopen en auto-passagier (beide 0,04 afgenomen).
| jaar | auto- bestuurder | auto- passagier | trein | bus/tram/metro | brom- /snorfiets | fiets | lopen | overige | totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2005 | 0,49 | 0,26 | 0,00 | 0,04 | 0,02 | 0,73 | 0,55 | 0,02 | 2,10 |
| 2006 | 0,48 | 0,25 | 0,00 | 0,03 | 0,02 | 0,74 | 0,58 | 0,02 | 2,13 |
| 2007 | 0,50 | 0,25 | 0,00 | 0,03 | 0,01 | 0,72 | 0,55 | 0,02 | 2,10 |
| 2008 | 0,50 | 0,24 | 0,00 | 0,04 | 0,02 | 0,71 | 0,56 | 0,03 | 2,08 |
| 2009 | 0,49 | 0,25 | 0,00 | 0,03 | 0,02 | 0,73 | 0,56 | 0,03 | 2,11 |
Het totale aantal verplaatsingen per persoon per dag in Nederland in de categorie tot 7,5 km is vorig jaar licht gestegen (0,03). De fiets wordt het vaakst gebruikt, gevolgd door lopen en het gebruik van de auto als autobestuurder.
Herkomst van de data
Het Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON) is een continu onderzoek naar de mobiliteit van de Nederlandse bevolking. Er worden dagelijks gegevens verzameld over de verplaatsingen van personen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat.
Bewerking van data naar informatie
Het MON is een steekproefonderzoek waarvoor op alle dagen (inclusief zon- en feestdagen) mensen over hun verplaatsingsgedrag geënquêteerd. Slechts een deel van de bevolking waarvan we het verplaatsingsgedrag willen onderzoeken wordt daadwerkelijk onderzocht. De steekproef van het MON is aselect, waardoor de geselecteerde huishoudens bij toeval in het onderzoek betrokken worden. Dit veroorzaakt toevallige fouten die door weging en ophoging deels gecorrigeerd worden.
Gebruiksaanwijzing
De mobiliteitscijfers over het aantal verplaatsingen en over de afgelegde afstand worden vaak uitgedrukt in per persoon per dag (p.p.p.d.). De betekenis van het begrip p.p.p.d. kan het best uitgelegd worden aan de hand van een voorbeeld: We nemen daarvoor het gemiddeld aantal afgelegde kilometers per persoon per dag voor het motief van en naar het werk en de vervoerwijze auto (bestuurder). In 2005 bedroeg deze afstand 5,80 kilometer per persoon per dag. Dit is niet hetzelfde als de gemiddelde afstand die men aflegt van de woning naar het werk en van het werk naar de woning, want de totale afgelegde afstand voor het motief van en naar het werk is niet gedeeld door het aantal werkenden, maar door de totale bevolking van Nederland (inclusief kinderen en gepensioneerden).
Updatefrequentie
Een MON-jaar is gelijk aan een kalenderjaar. Het geactualiseerde MON verschijnt jaarlijks in april.
Deze bijsluiter bevat informatie over de herkomst, de bewerking en het gebruik van de gepresenteerde gegevens.